En dan bedoel ik het letterlijk!
Deze zomervakantie was een hel!
Na de aanschaf van nieuwe kleerkasten en bijhorende commode — onze slaapkamer is aan een complete make-over toe — was het tijd om alle kleren uit de kast te halen en meteen grote kuis te houden in de verzamelde spullen.
Een huzarenstuk voor mij, wetende dat ik niet graag iets weggooi!
Oké, ik deed zo nu en dan al eens iets weg. Maar van sommige stukken kon ik toch moeilijk afscheid nemen. Deze keer was ik vastberaden. Ik zou strenger zijn voor mezelf en meedogenloos een aantal stukken laten verdwijnen als:
- ze me toch niet meer zouden passen;
- ik ze waarschijnlijk nooit meer zou dragen;
- ze niet meer passen bij de persoon die ik nu ben.
Want zeg nu zelf: zelfs als een kledingstuk jou nog perfect past, kun je het dan niet gewoon ontgroeid zijn in persoonlijkheid?
Wat ooit jouw karakterstuk was, beantwoordt misschien helemaal niet meer aan hoe jij jezelf vandaag wilt uitdrukken naar de buitenwereld.
Je lichaam past er misschien nog in.
Maar je innerlijke ik niet meer.
Grote kuis dus. En met succes!
Misschien volgt er zelfs nog een tweede ronde voordat de nieuwe kasten naar hun vaste plaats verhuizen.
En next…
De schoenen!
De naaldhakken gingen onverbiddelijk weg.
“Zijn ze nog te dragen?” vraagt de kringloopmedewerkster.
“Oh ja meisje, ze zijn nog in perfecte staat. Ik heb ze graag gedragen en vroeger had ik er bij wijze van spreken een marathon op kunnen lopen,” zeg ik haar trots. “Maar we spelen het voortaan op safe en houden ons wat lager bij de grond.”
Ze kijkt me aan alsof ik een showgirl op rust ben.
Ik overhandig haar de zak.
“Vlug,” vervolg ik. “Voor ik me bedenk. Het is trouwens nog niet de hele collectie. Ik heb mijn killershoes nog!”
“Killershoes?” vraagt ze bedenkelijk.
“Ja, echte rockchick-schoenen,” ga ik verder. “Metalen punten, in goud, zilver of zwart. Efficiënter dan een paraplu of pepperspray na een avondje uit of een nachtelijke escapade,” grap ik.
“Misschien draag ik ze nog op het komende Lenny Kravitz-concert,” voeg ik er overtuigend aan toe.
Vijf dagen na het concert voel ik me nog altijd een wrak.
Ik probeer nog steeds mijn slaaptekort in te halen en kijk naar mijn gehavende tenen, die het flink te verduren kregen omdat een enthousiaste twintiger tijdens het concert zowat voortdurend op en neer bleef springen.
En neen.
Ik droeg de killershoes niet.
Dan hadden ze me waarschijnlijk van het asfalt moeten schrapen. Of had ik minstens een enkelverstuiking opgelopen.
Ik ging voor comfortabele sandalen.
En zelfs dát bleek achteraf al avontuurlijk genoeg.
Want — en hier komt de moraal van het verhaal — de realiteit helpt je uiteindelijk altijd om de beste keuze te maken.
Of het nu gaat over kleren die niet meer passen, schoenen waarop je ooit een marathon kon lopen of de versie van jezelf waarvan je dacht dat je ze nog ergens moest bewaren:
sommige dingen mag je gewoon loslaten.
Niet omdat ze niet mooi meer zijn.
Maar omdat jij ondertussen verder bent gegaan.
Wish me luck voor het vervolg van de oprommelactie!
Want ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat ik nog lang niet klaar ben…






Geef een reactie